Gieren

Gepubliceerd op 16 februari 2019 om 22:46

Een paar jaar geleden ben ik tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk gieren in het wild gaan fotograferen. Ik fotografeerde al jarenlang bij workshops en demonstraties van valkeniers, en gaandeweg begon ik gieren steeds interes-santer te vinden. En nu wilde ik ze wel eens in hun eigen habitat ontmoeten.

In Zuid-Frankrijk vind je verschillende gierenkolonies waarmee het de laatste jaren gelukkig steeds beter gaat. Dankzij een succesvol fok- en uitzetpro-gramma leven er in de regio's Aveyron en Drome inmiddels weer vrij veel vale gieren en monniksgieren, en met wat geluk kun je er ook aasgieren vin-den. Voor de lammergier is er ook een fokprogramma opgezet, maar de kans dat je er daarvan één tegenkomt is erg klein; de herintroductie van deze soort verloopt helaas erg moeizaam.

Maar dat mocht de pret niet drukken; zodra we Aveyron in reden moesten we echt ons best doen om géén gieren te zien.  Meestal zweven ze op zo'n 600 meter of hoger op de thermiek, maar omdat het erg grote vogels zijn kun je ze op die hoogte met het blote oog nog goed herkennen; de vale gier heeft een spanwijdte van zo'n 2,65 meter en de monniksgier meet zelfs 2,80 meter. 

Goed te zien betekent helaas niet hetzelfde als goed te fotograferen: ik had een 600mm lens bij me, en dat is te weinig om ze vanaf de grond nog een beetje imposant in beeld te krijgen. Ik wilde ze echter niet vanaf de grond fotograferen, maar van dichtbij. In hun eigen habitat, oog in oog op 800 m hoogte zwevend langs de rotsplateaus. Millau, de plaats waar wij verbleven, is een populaire plek voor parasailers en ik wilde graag met één van hen als duopassagier mee om zo dicht mogelijk bij de gieren te komen.

Dat bleek op zich niet moeilijk te zijn; de parasailers zoeken de gieren altijd op omdat de thermiek het best is waar de gieren cirkelen. Een instructeur was snel gevonden en volgens hem zouden we met wat geluk zelfs tot op een paar meter afstand van de gieren kunnen komen. Want soms zweven ze gewoon op hun dooie gemak tussen de paragliders door.

Nu kun je in de lucht natuurlijk niet zomaar een lens verwisselen en ik wist ook niet of de wind misschien te sterk of vervelend zou zijn om de camera-instellingen gemakkelijk aan te passen. Dus ik moest voor vertrek wat keuzes maken. Het leek me in elk geval verstandig een beetje op veilig te spelen: de 600mm op de camera, continue autofocus aan en de boel gewoon op stand M. In de lucht zouden we dan wel zien hoe dat allemaal zou uitpakken.

Helaas zat het weer op de dag van de sprong tegen; vervelend bewolkt. Het verschil tussen 'gewoon' en 'vervelend' bewolkt is vooral dat vervelend be-wolkt problemen met de lichtmeting oplevert. De bewolking was die dag erg dun waardoor er veel zonlicht door de wolken heen viel. De wolken vorm-den feitelijk een grote tegenlichtbron en diezelfde wolken zouden waar-schijnlijk de achtergrond in veel van mijn foto's gaan worden. Met tegenlicht kun je niet echt op je lichtmeter vertrouwen en omdat de achtergrond bij bijna elke foto verandert zou ook de hoeveelheid (tegen)licht steeds varië-ren. Al met al een mooie uitdaging om te laten zien wat je als fotograaf waard bent.

Dat bleek in de praktijk nogal tegen te vallen! Ik had me daarnaast op een paar dingen stevig verkeken. Vanaf de grond lijken zowel de gieren als de parasailers heel rustig door de lucht te zweven, maar als je eenmaal aan zo'n ding hangt dan merk je pas hoe snel je gaat. Datzelfde geldt ook voor de gieren trouwens, en omdat je eigenlijk nooit met dezelfde snelheid, op de-zelfde hoogte én in dezelfde richting als de gieren gaat valt het enorm tegen om een gier in je zoeker te krijgen. 

Daarbij komt dat er zich 2 strengen met koorden tussen je armen bevinden, waardoor je je handen nét niet bij elkaar kunt krijgen en je dus ook je came-ra niet met 2 handen kunt vasthouden. En met 1 hand een camera met een 600mm lens bedienen valt niet mee! Halverwege de vlucht heb ik (met goedkeuring van de instructeur) 1 arm voor zo'n kabelstreng langs gewurmd en ben ik wat scheef in mijn harnas gaan hangen om toch met 2 handen te kunnen fotograferen. Qua stabiliteit was dat een stuk beter, maar de bewe-gingsruimte bleef erg krap.

Kort samengevat; mijn eerste kennismaking met luchtfotografie was niet erg succesvol. Na thuiskomst bleek er slechts 1 min of meer acceptabele foto op mijn geheugenkaart te staan, met een saaie spierwitte achtergrond.

Daar waren we natuurlijk niet voor gekomen, dus ik besloot het een paar da-gen later nog eens te proberen. Maar nu met goed licht, de 18-70mm lens en met de camera op stand sluitertijdvoorkeur. En hoewel er deze dag veel minder gieren te vinden waren, bleek het resultaat achteraf een stuk beter.

Ik had dezelfde instructeur als eerder, en omdat we elkaar inmiddels wat be-ter hadden leren kennen en het voor hem ook een soort persoonlijk project begon te worden om mij een goede gierenfoto te laten maken, nam hij er ruim de tijd voor. In plaats van de op thermiek cirkelende gieren op te zoek-en besloot hij alle rotswanden in de omgeving af te gaan om nesten te vind-en.

Soms gingen we zelfs tussen de boomtoppen door en zweefden we spelonk-en in (je staat er van te kijken hoe wendbaar en controleerbaar zo'n parasail is). En dat leverde resultaat op; we vonden verschillende gieren die gewoon in de buurt van hun nest rondcirkelden. We kwamen zelfs zo dichtbij dat ik de foto's ondanks de wat korte 18-70mm achteraf niet eens meer hoefde te croppen. 

Hiernaast zie je links een vale gier, en rechts een monniksgier.

 

 

 

Eigenlijk was de missie hiermee voor mij al geslaagd. Maar toevallig hoorde ik dat er in de regio Drome een hele grote kolonie vale gieren op een rots-plateau moest zitten. Je zou er de gieren prima te voet moeten kunnen be-naderen, maar vanuit Millau was het te ver om er even naartoe te rijden. De laatste week van de vakantie zouden we echter naar de Ardèche verkassen, en van daaruit was het prima aan te rijden. 

Dus heb ik op internet informatie over die locatie gezocht en ben ik de route gaan uitvogelen. De beste plek zou boven op een plateau zijn bij St. May. Je kunt daar op een hoogte van 780 meter je auto parkeren, daarna wachtte een flinke wandeling over een grindpad.  De wandeling was de moeite meer dan waard; we kwamen langs schitterende lavendelvelden en hadden een prachtig uitzicht. 

Gieren waren er evenwel niet te bekennen; we stonden boven op het pla-teau, maar de nesten bevonden zich onder ons in de rotswand. Aangezien het een bewolkte dag was met weinig tot geen thermiek bleven de gieren lekker tussen de rotsen zitten. Heel af en toe schoot er eens eentje onder ons door, maar afgezien van de foto hiernaast/boven viel er weinig te foto-graferen.

Na verloop van tijd gaven we het maar op en keerden we om. Toen we een-maal te ver van het plateau af waren brak er ineens een zonnetje door, en ja hoor; in de verte zagen we de gieren als vliegers aan een touwtje boven het plateau omhoog schieten. Het werd echter al laat, en bovendien waren we veel te moe om nog terug te keren. Eenmaal terug beneden in de canyon hadden we echter nog een mooi uitzicht op de kolonie, die net weer terug-keerde naar de nesten. 

Ondanks de soms wat tegenvallende resultaten, de uitdagingen en de grote moeite die er in zijn gaan zitten, zal ik de ontmoetingen met deze mooie, nuttige dieren niet snel vergeten. Daarnaast is het een fijne gedachte dat het, ondanks alle alarmerende berichten over onze natuur, met sommige soorten gelukkig beter gaat dan in het recente verleden nog het geval was. 

 

 

 

 


 »