UV reflectie

Gepubliceerd op 17 februari 2019 om 12:11

Naast zichtbaar licht is het ook mogelijk om (voor de mens) onzichtbaar licht te fotograferen. Met relatief eenvoudige middelen is het bijvoorbeeld mogelijk om infraroodfoto’s te maken (een paar jaar geleden nog erg populair). Maar aan de andere kant van het kleurenspectrum zit een mogelijk nog interessanter gebied; het ultraviolet.

Ultraviolet licht (of kortweg UV-licht) maakt, net als zichtbaar licht en infrarood, deel uit van het elektromagnetisch spectrum. Dit spectrum is op basis van golflengte onderverdeeld in diverse soorten straling (van kort naar lang respectievelijk gammastraling, röntgenstraling, UV, zichtbaar licht, infrarood, micro-golven en radiogolven). 

Zichtbaar licht omvat straling met golflengtes tussen 400 en 800 nm (nanometer), het UV-gebied bevindt zich tussen 40 en 400 nm. Dit laatstgenoemde ge-bied is door het menselijk oog niet meer waar te nemen, maar sommige dieren kunnen dit nog wel. En dat maakt UV ook zo interessant; in de natuur speelt ultraviolet licht namelijk een erg belangrijke rol.

Denk bijvoorbeeld aan bijen die dankzij hun UV-zicht bloemen identificeren en zo kunnen bepalen waar de beste nectar te vinden is. Sommige vogels, die van camouflage afhankelijk zijn, kunnen potentiële partners makkelijk vinden dankzij UV-patronen in het verenkleed, en de torenvalk kan muizen in een dichtbe-groeid veld lokaliseren omdat vluchtende muizen een UV-actief urinespoor achterlaten. 

De buizerd is afhankelijk van zijn schutkleuren, maar kan soortgenoten (dus ook een mogelijke partner) goed waarnemen dankzij het UV-patroon in het verenkleed.

 

UV-straling is afkomstig van de zon en wordt (gedeeltelijk) gereflecteerd of geabsorbeerd door de onderwerpen waar het op valt. Elke materie reageert weer anders onder invloed van UV en zal een bepaalde eigen frequentie binnen het UV-bereik reflecteren. Daarom kan het zijn dat een saai groen weiland (met groen gras, groen mos en groene planten) er in het UV-spectrum mogelijk ineens spectaculair uitziet of enorme contrasten vertoont.

UV wordt onderverdeeld in UV-A, UV-B en UV-C straling. UV-A is de straling die het dichtst bij zichtbaar licht in de buurt komt en door sommige dieren nog kan worden waargenomen. En een deel daarvan is ook fotografisch vast te leggen. Alleen; hoe fotografeer je iets wat je niet kunt zien? Helaas heb je daar wat spullen voor nodig. Er bestaat weliswaar medische en forensische apparatuur waarmee je UV-frequenties kunt vastleggen of aantonen, en er zijn ook zo-genaamde 'full-spectrum' camera's te koop die zowel het infrarood, zichtbaar licht én het ultraviolet kunnen fotograferen. Maar daar hangt wel een indruk-wekkend prijskaartje aan. 

Gelukkig zijn er (goed betaalbare) alternatieve methodes, mits je bereid bent er wat moeite in te stoppen. De natuurfotograaf Bjørn Rørslett heeft uitvoerig geëxperimenteerd met UV-fotografie en zijn methode uitgebreid beschreven. Ik heb zijn methode grotendeels gevolgd en ook dezelfde apparatuur gebruikt die hij adviseert. Zodat u niet denkt dat ik het allemaal zelf verzonnen heb.

Materialen
De hele truc van het fotograferen van UV-straling is dat je er voor moet zorgen dat er uitsluitend UV-frequenties op je camerasensor vallen, zonder dat daar zichtbaar licht bij komt. En daar zitten wat haken en ogen aan.

Ten eerste is daar de sensor zelf. Met name oudere camera's zijn van nature in (heel) lichte mate gevoelig voor UV-straling, maar de ene sensor is de andere niet. En hoe nieuwer je camera, hoe ongevoeliger hij is voor UV... Ik gebruik zelf de Nikon D70 voor UV-foto's, inmiddels een heel oud beestje, maar de sen-sor van deze camera is erg geschikt voor het oppakken van UV. Voor zover ik weet geldt dat ook voor de sensor van de Nikon D200, maar dan moet er wel eerst een beschermplaatje voor de sensor verwijderd worden. De Nikon D40 en Fuji Film S5 worden ook regelmatig voor UV-fotografie gebruikt. Over andere cameratypes kan ik weinig zeggen, dus laat je goed informeren over de mogelijkheden van je camera voordat je gaat zitten sleutelen. Besef dat de sensoren van hedendaagse modellen zo goed als ongevoelig voor UV zijn.

Ook het objectief zorgt voor problemen... De intensiteit van UV-straling in daglicht is sowieso al niet hoog, maar optisch glas laat de UV-frequenties ook nog eens erg moeilijk door. Camera- en lensfabrikanten doen erg veel moeite om UV buiten de deur te houden omdat het voor kleurzwemen in foto's kan zorgen. In een objectief zitten daarom één of meerdere lensdelen die met speciale UV-werende coating zijn behandeld. (Overigens zijn er objectieven die speciaal voor UV-fotografie gemaakt zijn (quartzlenzen), maar die zijn haast onbetaalbaar én inmiddels haast onvindbaar). 

Gelukkig is er een oplossing voor dit probleem, namelijk door gebruik te maken van oude en heel eenvoudige objectieven. In mijn geval 2 manuele Nikkor-objectieven uit de E-serie (een 35mm en een 100mm). Het voordeel van deze specifieke objectieven is dat ze spotgoedkoop (en nog steeds redelijk makkelijk te vinden) zijn. Daarnaast zijn ze eenvoudig van constructie (maar 4 lensdelen waarvan slechts 2 met coating), én de coating is ook nog eens van povere kwa-liteit. En dat komt mooi uit, want die coating moet er af gepolijst worden. 

De Nikon E-serie; goedkoop en niet al te goed. Precies wat we nodig hebben, want moderne objectieven hebben al snel 8 tot 11 lensdelen waarvan een groot deel met coating is behandeld.

Om de coating van de front- en de backlens te polijsten heb ik gewoon een oud T-shirt en een polijstmiddel voor steen en marmer gebruikt. Er zijn wel wat uurtjes werk in gaan zitten, maar je kunt dit gewoon doen terwijl je Studio Sport kijkt. En mocht het fout gaan (krasje op de lens), dan heeft het je waarschijn-lijk niet veel meer dan zo'n eur 35,00 gekost, want rond die prijs zou je wel een E-objectief moeten kunnen vinden.

Met een geschikte sensor en een aangepaste lens zorgen we ervoor dat de UV-straling zo goed mogelijk kan worden geregistreerd, maar we moeten er nog wel voor zorgen dat het zichtbare licht (en infrarood) wordt tegengehouden. En dat doen we met behulp van filters. 

Er zijn zogenaamde UV-bandpass filters verkrijgbaar (vaak op bestelling) die de golflengtes van het zichtbaar licht tegenhouden, maar golflengtes tussen 300 en 400 nm (dus een deel van het UV-gebied) doorlaten. Helaas laten deze filters ook nog voor een deel infrarood door, en camerasensoren reageren veel sterker op infrarood dan op UV. Gebruik van alleen dit bandpassfilter zal dan ook eerder een infraroodfoto opleveren dan een UV-foto. Daarom hebben we ook nog een Hot Mirror nodig, een filter dat IR tegenhoudt.

UV-bandpassfilter. Deze ligt hier op een flitser van 300W/s op vol vermogen en je ziet dat er geen zichtbaar licht doorheen komt.

Er is overigens sinds een tijdje ook een UV-bandpass filter op de markt van Baader (het U-filter), dat van zichzelf de IR-straling al behoorlijk onderdrukt. Er is bij dat U-filter geen extra Hot Mirror meer nodig en ten opzichte van de eerder genoemde filtercombinatie schijn je hiermee een aantal stops licht te kunnen winnen. In combinatie met een meegeleverde wegklapbare houder schijnt het gebruiksgemak ook groot te zijn, maar het kost wel wat...

Goed, we hebben de spullen om aan de slag te gaan, maar er staan ons nog wel een paar uitdagingen te wachten. Zodra je het UV-bandpass filter gezien hebt weet je in ieder geval al wat de eerste is. Het glas in dit filter doet denken aan dat van een lasmasker: het is haast ondoorzichtig en het geeft dan ook 6 tot 8 stops lichtverlies… De Hot Mirror, die we bovenop het bandpassfilter schroeven, doet daar overigens nog een paar stops bij, dus fotografie van bewe-gende onderwerpen is al bij voorbaat uitgesloten. Zelfs op een zonnige dag, wanneer er veel UV-straling van de zon aanwezig is, moet je rekening houden met sluitertijden van één tot enkele minuten.

Daarnaast is het een beetje gokken met scherpstellen. Met de filters op het objectief zie je niets meer door je zoeker, dus je stelt in eerste instantie scherp zonder filters op je lens. Na het focussen zet je de scherpstelling vast (voor het geval dat je met autofocuslenzen werkt i.p.v. de door mij gebruikte manuele lenzen) en bevestig je de filters. Helaas breekt UV anders dan zichtbaar licht, dus we weten in ieder geval zeker dat het beeld onscherp zal zijn. Daarom moeten we op goed geluk iets dichterbij scherpstellen, of na het maken van een testfoto de camera een paar keer iets naar achteren schuiven. Bij elke foto die je maakt noteer je dan het brandpunt, de scherpstelafstand, de diafragmawaarde en de afstandscorrectie. Bij het beoordelen van de foto’s op de PC no-teer je van de scherpste foto de juiste combinatie, en dat lijstje met combinaties stop je in je fototas. Fotograferen wordt weer leuk!

De volgende tegenvaller; lichtmeten is niet meer mogelijk, ook niet met een losse lichtmeter (want die meet tenslotte zichtbaar licht). Dus moeten we proef-ondervindelijk een juiste sluitertijd/diafragmacombinatie vinden, en een belichtingstrapje maken kan in deze gevallen echt een beproeving zijn. Een stopje extra op een sluitertijd van 2 minuten betekent ineens een sluitertijd van 4 minuten. En als je dan nóg eens een stop omhoog moet… Trek voor UV-fotografie dus liefst flink wat tijd en geduld uit, want even in 5 minuutjes een foto schieten zit er gewoonweg niet in. Een draadontspanner of afstandsbediening is trouwens ook wel zo handig, want 4 minuten lang met je vinger op de ontspanknop drukken is ook niet alles.

De laatste tegenvaller is het resultaat. Dat ziet er namelijk uit als een rood/paarsachtig, contrastloos plaatje dat maar nooit gestoken scherp wil worden. Dit is echter normaal, want het resultaat wordt pas door (stevige) nabewerking verkregen (waarover later meer). Tot slot nog een paar zaken om rekening mee te houden: 

- Sluit tijdens het fotograferen de zoeker volledig af, omdat er anders zonlicht door naar binnen kan vallen
- UV-foto’s zijn van nature wat soft (niet helemaal scherp)
- De hoeveelheid UV-straling is afhankelijk van het weer dus kies een zonnige dag uit. 
- Resultaten zijn helaas onvoorspelbaar, want niet elk onderwerp is (even) UV-actief. Gewoon wat proberen dus...

Resultaten, nabewerking en interpretatie
Zoals ik hierboven al aangaf ziet het resultaat van alle inspanningen er in eerste instantie teleurstellend uit. Veel ruis, saai en vlak rood, niet gestoken scherp; er is nog heel wat nabewerking nodig om er een mooi plaatje van te maken. Het goede nieuws is dat stevig nabewerken gewoon mag! Nou zal niemand er morele bezwaren tegen hebben om wat ruis te verwijderen of het beeld wat extra te verscherpen, maar zodra je aan de kleuren en contrasten gaat zitten morrelen zou je je af kunnen vragen of het nog wel een integere UV-foto is. Het antwoord is ja, je moet alleen goed voor ogen houden waar je nu precies naar kijkt.

Het is namelijk een misvatting om te denken dat een UV-foto een reële weergave is van wat een dier met UV-zicht zou zien. Ten eerste ziet zo'n dier een mix van ultraviolet en zichtbaar licht, maar bovendien hebben we simpelweg ook geen idee hoe iets er in het UV-spectrum uitziet. Het is en blijft onzichtbaar licht tenslotte. Een UV-foto is dan ook niets anders dan een weergave in voor ons zichtbare kleuren van gereflecteerde (onzichtbare) UV-frequenties. Elke kleur in een UV-foto staat voor een andere gereflecteerde frequentie, meer niet. We hebben geen idee welke frequentie, of hoe die frequenties door UV-gevoelige dieren worden ervaren. Het gaat in UV-fotografie dan ook juist om kleurverschillen, niet om kleuren.

In bovenstaand voorbeeld zie je een landschapje met een grasveldje op de voorgrond. In het zichtbare spectrum was het grasveldje volledig groen, maar op de foto zien we duidelijk de kleuren roodbruin en groengeel; blijkbaar zijn er in het veldje dus 2 verschillende UV-frequenties die worden gereflecteerd, en waarschijnlijk betekent dat dat het grasveldje ook minstens 2 (maar misschien wel meer) plant- of grassoorten herbergt. Als het grasveldje op de UV-foto roze met blauw was geweest, hadden we diezelfde conclusie kunnen trekken; het ging om de verschillen in kleur tenslotte, niet om de kleuren zelf.

Daarmee is de weg dus vrij om in de nabewerking stevig los te gaan: zolang de foto d.m.v. kleurverschillen de verschillende UV-frequenties weergeeft, zal het je verder worst wezen of iets blauw of rood is; naar eigen smaak te bepalen! Sterker nog, zelfs in zwart-wit kan UV-fotografie hele mooie resultaten geven.

Verschillende fotografen hanteren dan ook verschillende manieren van nabewerken. Het startpunt is bij die fotografen wel hetzelfde, namelijk een foto die hoofdzakelijk uit magenta en rood bestaat. Helaas komt er, ondanks al onze moeite, toch nog flink wat NIR (Near Infra Red, bijna-infrarood) op de sensor terecht omdat het geplaatste hot-mirror filter nét niet alle (N)IR-frequenties afdekt. Dit is echter geen groot probleem, omdat het NIR voornamelijk invloed heeft op de rode pixels. Door in de nabewerking simpelweg het roodkanaal uit te zetten verwijder je die 'ruis' en hou je in het groene en blauwe kanaal on-aangetaste UV-frequenties over. En zoals gezegd mag je daar in de nabewerking alles mee doen; sommige mensen verwisselen het blauw- en het groen-kanaal, anderen werken bewust naar violet toe (aangezien UV daar het dichtst in de buurt ligt), met het strategisch plaatsen van de whitebalance-tool kun je ook mooie effecten krijgen en weer anderen richten zich voornamelijk op spectaculaire kleuren. Zolang je maar niet uit het oog verliest dat kleurverschillen in de oorspronkelijke blauw- en groenkanalen ook kleurverschillen moeten blijven in het eindresultaat.

Allemaal mooi en aardig, maar we willen natuurlijk wel kunnen controleren of het ook echt UV is wat de camera heeft geregistreerd. Vandaar dat ik een paar testjes heb gedaan waaruit dat moet blijken. 

't Is wat klein, maar hiernaast staat toch echt een foto van een aantal viool-tjes. Links normaal, rechts UV. Wat opvalt is dat de rode viootljes (uiterst links in de gewone foto) in het UV-spectrum dezelfde frequenties reflecteren als de witte viooltjes. De rode en witte viooltjes zien er in het UV-spectrum identiek uit, dus bladkleur heeft in dit geval blijkbaar geen invloed op de UV-reflectie.


In de foto hieronder zien we dat de bloemen links in beeld egaal geel zijn, terwijl in het UV-spectrum duidelijk zichtbaar is dat de harten van de bloemen andere frequenties reflecteren dan de buitenste blaadjes. Op deze wijze kunnen bijen bloemen herkennen, of, als je dat liever wilt, kunnen bloemen de bijen lokken zodat ze bestuift kunnen worden. 

In dat gegeven zit een handige tip verscholen; zoals ik eerder aangaf is het moeilijk om vooraf te bepalen of een bepaald onderwerp (bloem) erg, een beetje, of helemaal niet UV-actief is. Als je de kans op succes zo groot mogelijk wilt maken kun je dus het best op zoek gaan naar bloemen en planten die veel bijen aantrekken.

Goed, experimenteren met UV wordt natuurlijk een stuk interessanter als je een paar billen en een fles zonnebrandcrème tot je beschikking hebt, dus zijn we daar maar eens mee aan de slag gegaan. De UV-foto's hieronder zijn binnen gemaakt, en omdat UV-licht niet door het raam naar binnen kan hebben we een aantal UV-lampen (blacklights) als lichtbron gebruikt.

Links is de referentie UV-foto; de billen van ons model zijn gedurende een paar minuten belicht door de blacklights. De opbrengst van de blacklights viel me nogal tegen (waar ik zo meteen op terug zal komen), ook met een flink aantal UV-lampen moest ik meerdere minuten belichten.

Vervolgens heeft het model zich ingesmeerd met sunblocker en hebben we de rechterfoto gemaakt, die identiek is qua belichtingsduur, camera-instellingen en de gebruikte hoeveelheid UV-licht. Sunblocker zou volgens de reclame UV moeten tegenhouden, en hoewel het moeilijk zichtbaar is blijkt dat ook uit de foto.

Het grootste verschil tussen de eerste en de tweede foto was de helderheid; door de sunblocker was de tweede foto een stuk donkerder dan de eerste. Ik heb dat echter in de nabewerking rechtgetrokken, en daardoor werd het subtielere verschil tussen de foto's ook duidelijk: in de linker foto kun je zien dat het model heeft liggen zonnen met een bikinibroekje aan. De huid op de billen laat duidelijk verschil zien tussen gebruind en blank. Maar in de rechter foto is dat onderscheid verdwenen dankzij het filmlaagje UV-blocker.

Ondanks dat gegeven vond ik het resultaat wat tegenvallen, en later kwam ik erachter dat dat aan de blacklights lag. Het UV-bandpassfilter laat namelijk UV met golflengtes tussen de 300 en 400 nm door, maar blacklights zenden een iets kortere golflengte uit waardoor het effect ervan erg klein is. Dus hebben we besloten dit experiment nog eens te herhalen, maar nu in het zonlicht. En de resultaten werden direct een stuk spectaculairder.

Het model was ingesmeerd met sunblocker factor 15 (spray, linker groene streep) en factor 50 (melk, met de hand gesmeerd, rechter groene streep). Het in het zonlicht aanwezige UV zorgde voor veel sterkere contrasten, grotere kleurverschillen en ook een veel kortere belichtingsduur dan met de blacklights. Het grappige is dat, afgaand op de intensiteit van het groen, het blijkbaar weinig uitmaakt of je factor 15 of 50 gebruikt. De manier van aanbrengen lijkt echter wél een groot verschil te maken; de spray geeft een redelijk gelijkmatige dekking, terwijl de melk open plekken laar zien omdat er meerdere keren over de-zelfde plek gesmeerd is, en een deel van de melk daardoor ook weer werd verwijderd.

Goed, tot slot en ter volledigheid hieronder ook nog de foto zoals hij rechtstreeks uit de camera kwam; volledig vervuild door het Near Infra Red. Uitschake-ling van het roodkanaal in de nabewerking gaf ineens veel meer detail en contrast.

Het zal je waarschijnlijk wel duidelijk zijn geworden dat UV-fotografie misschien een interessante vorm van fotografie is, maar niet erg geschikt voor creatie-ve toepassingen. Het is meer een technische vorm van fotografie, waarbij je (als je het op de goedkope, amateuristische manier doet zoals ik hem heb om-schreven) vooraf nooit van resultaat verzekerd bent, waarbij je erg veel geduld moet hebben en waarvoor je bereid moet zijn enige (?!) moeite te doen.

Dat klinkt niet erg wervend, maar naast het feit dat het leuk is om met dit soort dingen te experimenteren, zijn er ook daadwerkelijk nuttige toepassingen voor UV-fotografie. In de medische wereld wordt (een professionele variant van) deze techniek gebruikt om bijvoorbeeld bacteriën of ziektekiemen op te sporen. De forensische recherche kan er sporen mee onderzoeken, lassers kunnen er haarscheurtjes in lasnaden mee detecteren en in de astrofotografie wordt ook veel gebruik gemaakt van UV. Daarvoor gebruiken die professionals natuurlijk wel iets andere apparatuur (zoals UV-flitsers en quartzlenzen), maar het principe blijft gelijk.

 

Voor degenen die ondanks mijn verhaal hierboven nog steeds geïnteresseerd zijn in UV-fotografie is het misschien handig om te weten dat je, naast de me-thode en materialen die ik heb omschreven, ook met andere apparatuur uit de voeten kan. Mocht geld en/of beschikbaarheid geen probleem zijn, dan zijn de volgende materialen misschien handig:

UV-Flitser

Nikon heeft vroeger verschillende types UV-flitsers gemaakt. Moeilijk te vinden en vrij prijzig, maar erg handig om overal je eigen UV-lichtbron bij je te heb-ben. Je kunt eens zoeken naar de types Nikon SB-14 UV-E of de Nikon SB-14 UV-ED. Als je niet met Nikon werkt kun je zoeken naar de UV Forensic Reflector. Deze kun je gebruiken op de Quantum Qflash (T of X-series) reportageflitsers, of op de Lumedyne en Norman flitskoppen. Allemaal oud spul overigens; goed zoeken of eens bij de vakman navragen.

Vergroterlenzen

In plaats van oude cameraobjectieven kun je ook (of beter) lenzen uit een vergroter (je weet wel, zo'n doka-apparaat) gebruiken. Via een balg kun je die ge-woon op je camera monteren. Het voordeel van vergroterlenzen is dat er maar 1 lens in zit, en dat die niet met UV-werende coating is behandeld. Scheelt je een hoop polijstwerk, en per saldo laat een vergroterlens meer UV door dan een geprepareerd cameraobjectief. Dat je met een vergroterlens niet kunt autofo-cussen maakt niks uit, want dat kon met een normaal objectief tenslotte ook al niet.

UV-lenzen/Quartzlenzen 

Je kunt er ook voor kiezen om gewoon professioneel materiaal aan te schaffen. En dan kom je al snel uit bij de Quartzlenzen. Er zijn wel een paar puntjes om rekening mee te houden: ze zijn erg duur, én er zijn maar 2 fabrikanten die ze ooit hebben gemaakt (Carl Zeiss voor Hasselbladcamera's (middenformaat), en Nikon voor kleinbeeld). Erg zeldzaam, dus als je op zoek mocht willen gaan dan biedt internet waarschijnlijk meer kans dan de lokale fotoboer.

Voor wie zijn geluk toch wil beproeven, er zijn 2 varianten waar je naar kunt zoeken. De UV-Nikkor 105mm f/4.5s (de meest voorkomende variant) en de UV-Nikkor 55mm f/4.0-32 Auto (de wat oudere variant). Het voordeel van deze lenzen ten opzichte van normale, geprepareerde lenzen is dat het van ander ma-teriaal (quartzglas) gemaakt is waardoor er andere (en vooral meer) UV-frequenties worden doorgelaten. Normaal glas houdt veel meer UV tegen dan dat het doorlaat (daarom worden we ook niet bruin achter vensterglas), quartzglas laat bijna al het UV door.

(Ter verduidelijking: UV beslaat het electromagnetisch gebied tussen pakweg 40 en 400 nanometer. Dit gebied wordt weer opgedeeld in Near UV (200-400 nm) en Far UV (40-200 nm). Voor UV-fotografie is alleen Near UV interessant, en ook dit gebied wordt weer opgedeeld: shortwave UV (UV-C) beslaat 200 tot 280 nm, mediumwave UV (UV-B) beslaat 280 tot 320 nm, en longwave UV (UV-A) loopt tussen 320 en 400 nm. Met de Quartzlenzen van Nikon wordt het hele AV-A en UV-B gebied doorgelaten, en ook een deel van het UV-C. Met de methode zoals ik die zelf hanteer wordt echter alleen het grootste deel van het UV-A gebied vastgelegd. Dat is weliswaar het meest interessante gebied, maar je mist wel aanzienlijk wat informatie).   

UV-camera

Jazeker, hij bestaat. Soort van. En de Fujifilm FinePix IS PRO digital SLR bestáát niet alleen, hij is ook nog eens beschikbaar voor consumenten. Overigens kun je er ook infraroodopnames mee maken; de sensor registreert alle golflengtes tussen 190 en 1100 nm. De camera is voorzien van een Nikon-lensvatting zodat de bovengenoemde Quartzlenzen gebruikt kunnen worden. Let wel; omdat de sensor alle lichtfrequenties registreert krijg je geen pure UV-foto's: daarvoor zul je alsnog het UV-bandpass filter en de IR Hot Mirror moeten gebruiken.

 

Disclaimer

Mensen die naar aanleiding van dit artikel mogelijk besluiten om te gaan experimenteren met UV-fotografie, doen dit geheel op eigen risico. Roberto Bogers Fotografie aanvaardt geen enkele aan-sprakelijkheid m.b.t. beschadigde lenzen, sensoren of andere gevolgschade uit het modificeren van camera’s of objectieven.

Deze tekst is ook zeker geen wetenschappelijk verantwoord document, en er kunnen geen rechten aan ontleend worden. Het is aan te raden jezelf vooraf eerst goed te laten voorlichten over de voor jou geschikte materialen, of de bruikbaarheid van sensoren, lenzen en/of camera’s. 


«   »