Spelen met bokeh

Gepubliceerd op 20 februari 2019 om 17:29

Bokeh is japans voor 'onscherpte', maar de term wordt vaak ten onrechte toebedacht  aan een specifiek verschijnsel dat optreedt als er directe lichtbronnen in beeld zijn die zich buiten de DOF (scherptediepte) bevinden. Die lichtbronnen worden dan vervormd tot enigszins wazige en soms in elkaar overlopende lichtvlekken.

Het verschijnsel ontstaat als gevolg van de lensconstructie, maar het wordt door veel fotografen bewust toegepast als 'sfeerverhogend beeldelement'. Die tegenlichtbronnen kunnen van alles zijn; kerstlampjes, straatverlichting, lichtreflecties op het wateroppervlak of zonlicht dat door een bladerdek van een boom of struik valt. 

Om gemakkelijk een mooie bokeh te krijgen kun je het best met een telelens of met een lichtsterke standaardlens (50mm) werken. Een groothoeklens is niet echt geschikt vanwege de relatief grote scherptediepte (waardoor het moeilijker wordt je lichtbronnen buiten de DOF te houden). Met een langer brandpunt is de scherptediepte veel makkelijker klein te houden, zeker als het ook nog een lichtsterke lens is, en de bokeh zal bij een telelens ook veel groter zijn.  

Om het principe te demonstreren heb ik het mezelf tijdens de kerstperiode maar even gemakkelijk gemaakt, en de vers opgetuigde kerstboom als lichtbron gekozen; lekker veel lampjes! Alle voorbeeldfoto's die hieronder volgen zijn met een 50mm-lens gemaakt, met een maximale diafragmaopening van f1.8.

Op de rechter foto heb ik mijn arm gestrekt en scherp gesteld op mijn vinger. Het diafragma stond helemaal open op f1.8 en zowel de diafragmaopening als de korte scherpstelafstand zorgen voor een extreem kleine scherptediepte. De kerstboom bevond zich op zo'n 2,5 meter achter mijn vinger, en in dit geval dus ook ruim buiten het scherpe gebied. Je ziet dat de lichtbollen door de onscherpte stukken groter zijn dan de lampjes zelf, en dat ze op sommige plekken zelfs in elkaar overlopen.

Vervolgens heb ik het diafragma ietsje dichtgeknepen naar f2.5 (foto hieronder links). Je ziet dat de bokeh de vorm van het diafragma (in dit geval een zeven-hoek) overneemt. Daarna ben ik naar f4 gegaan (foto hieronder rechts), en de lichtbollen worden nu, net als de diafragmaopening zelf, kleiner. De lichtbron-nen worden dus blijkbaar, los van hun eigen vorm, als een exacte kopie van je diafragmaopening op je sensor geprojecteerd.

Diafragma f2.5

Diafragma f4.0

Dat is een leuke wetenschap natuurlijk; als bokeh de vorm aanneemt van je diafragma (wat in feite niets anders is dan de kleinste opening in het traject van lens naar sensor), dan zou je theoretisch de vorm van de bokeh moeten kunnen beïnvloeden als je de vorm van je diafragma kunt beinvloeden. En dat kun-nen we!

Niet letterlijk natuurlijk, maar we kunnen wel voor een zelf vormgegeven opening zorgen die kleiner is dan je eigenlijke diafragmaopening. Met een hobby-mesje kan ik een gat in een stuk karton snijden (een zogenaamd masker), en ik kan die opening elke gewenste vorm geven. Als ik dat masker vervolgens te-gen mijn lens houd, en er voor zorg dat mijn echte diafragmaopening groter is dan de opening van het masker, dan wordt de vorm van dat masker feitelijk mijn nieuwe diafragma. En in dat geval zal de bokeh dus ook die nieuwe vorm aannemen.

Goed, ik besloot in de sfeer te blijven en te experimenteren met een kerstboomvorm:

Dat werkt dus gewoon! Let wel: je moet het masker ook weer niet té klein maken, want zoals gezegd wordt het masker feitelijk je nieuwe diafragma. En een kleine diafragmaopening betekent natuurlijk relatief weinig licht op je sensor, met als gevolg dus ook een relatief lange sluitertijd of hoge ISO-waarde.

Als je hiermee gaat spelen zal je merken dat goede resultaten wat oefening vergen. Als je de opening in het kartonnetje niet exact voor het midden van de lens houdt dan vallen er aan de buitenkant van het beeld delen van de bokeh weg. Met een grote opening kun je in je zoeker redelijk goed zien wat er met je bokeh gebeurt als je het kaartje verschuift. Maar bij een kleine opening is het midden van je objectief moeilijker te vinden en is de bokeh moeilijker te con-troleren. Veel mensen die hiermee experimenteren kiezen er dan ook voor om een soort kartonnen huls te maken die in zijn geheel over de lens bevestigd wordt, en waarbij de vorm exact uit het midden wordt gesneden. Of ze zetten een filterhouder van Cokin op de lens waar ze het masker inschuiven.. 

Waar je ook op moet letten is het autofocus-scherpstelpunt; dit punt moet recht voor de opening in je kartonnetje zitten, dus zorg ervoor dat je altijd het middelste scherpstelpunt kiest. Want je wilt tenslotte niet alleen maar bokeh, maar ook nog een scherp onderwerp in je foto. En dat kan gewoon; ondanks de rare vorm in je masker blijft alles wat scherp moet zijn gewoon scherp, en hou je toch een redelijke uitsnede over. 

 

 


«   »