Levitatie

Gepubliceerd op 22 februari 2019 om 20:26

Met een relatief eenvoudige bewerking kun je voorwerpen of mensen laten zweven in je foto's. Origineel is deze truc misschien al lang niet meer (google maar eens op 'levitation'), maar het geeft je wel veel creatieve mogelijkhe-den. Daarnaast is het een leuke oefening voor je nabewerkingsvaardighe-den. Je moet tijdens het fotograferen alleen wel stil staan bij een aantal za-ken.

Het principe van levitatie is simpel; je maakt één foto van je 'zwevende on-derwerp', en daarna één van de ruimte, omgeving of achtergrond zónder dat onderwerp. Het is belangrijk dat met uitzondering van je onderwerp bei-de foto's verder identiek zijn.

Als je onderwerp een model is dan kun je haar/hem laten zweven door mid-del van bijvoorbeeld een stoel, een ladder of andere attributen. De uitdaging bij levitatie met modellen zit hem voornamelijk in de geloofwaardigheid van de pose of houding; die moet echt overkomen als 'zweven' en dat valt lang niet altijd mee. Als je iemand bijvoorbeeld op een trapje laat staan dan zie je dat er gewicht op een voet rust, en als je iemand laat zitten dan wordt de onderzijde van het bovenbeen 'afgeplat' door het stoeloppervlak.

En zo zijn er meerdere onvolkomenheden denkbaar (de houding van schou-ders en nek bijvoorbeeld, of hoe de kleding valt) waardoor de illusie van 'echt' zweven verpest kan worden. Probeer dus tijdens het componeren van het beeld al 'door de stoelen/ trapjes/etc heen te kijken' om te bepalen of iets er wel natuurlijk genoeg uit ziet.

Voor de bovenstaande foto heb ik gebruik gemaakt van 2 kubussen (achter-af bleek er maar 1 nodig te zijn) waar ik het model op heb laten rusten. Met een (of twee) stoel(en) was de bewegingsvrijheid van het model mogelijk beperkt door de rugleuning en eventuele armsteunen. Nu konden we vrij gemakkelijk allerlei houdingen en poses uitproberen zonder telkens een stoel te moeten verdraaien. De foto is opgebouwd uit de 2 foto's hieronder;

 

 

We begonnen met de foto mét model, en nadat we zeker wisten dat we een aantal bruikbare resultaten hadden heb ik de achtergrondfoto gemaakt. Bij de achtergrondfoto is (op het model en de blokken na) echt alles hetzelfde als in de modelfoto; de uitsnede, het licht, het standpunt (fotografeer vanaf statief!), brandpunt, de scherpstelling en de kleurtemperatuur. Dat klinkt eenvoudig (en als je weet waar je allemaal op moet letten is dat het ook wel), maar het is meer dan vanaf een statief gewoon twee fotootjes maken.

Fotografeer daarom op stand M met een vaste instelling, zet de scherpstel-ling vast direct nadat je het model hebt gefotografeerd,  en zorg ervoor dat je het licht constant houdt (zowel qua intensiteit als qua kleurtemperatuur: dus werk bij voorkeur met kunstlicht, maar vermijd in elk geval bestaand licht bij wisselvallig weer, voorbijtrekkende wolkenvelden of in de scheme-ring). Alleen dan kun je er zeker van zijn dat, met uitzondering van je model, de stoelen/ trapjes en de bijbehorende schaduwen, beide foto's verder iden-tiek zijn.

Zoals je waarschijnlijk al had verwacht gaan we de 2 foto's nu in Photoshop (of een ander programma) op elkaar leggen (achtergrond onderop, model/ onderwerp bovenop) om vervolgens alle stoelen, blokken of trappen uit de bovenste foto weg te halen. Op de plekken waar je middels een selectie of het gummetje elementen uit de bovenste foto hebt weggehaald wordt de onderste foto zichtbaar. Als je alles goed en netjes hebt gedaan is de over-gang tussen 1e en 2e laag volledig naadloos.

Daarbij moet ik wel de kanttekening maken dat schaduwen op de achter-grond vaak voor problemen zorgen, omdat zowel het model als de stoelen of trapjes schaduw veroorzaken in de bovenste foto. In de tweede (onder-ste) foto is op die plekken wel de onder- of achtergrond zichtbaar, maar na-tuurlijk geen schaduwen. Ik kies er dan voor om ook alle schaduwen van het model en de stoelen uit de bovenste foto weg te halen, en een compleet zelfgemaakte nieuwe schaduw toe te voegen (hieronder aangegeven bij de pijltjes);

 

 

 

 

Het zal wat oefening vergen om zelf een schaduw te maken en die de juiste vorm en plaats te geven. Als je het jezelf makkelijk wilt maken dan zorg je er voor dat je zacht licht voor de foto gebruikt; zacht licht geeft zachte scha-duwen, en die zijn qua vorm en plaats nu eenmaal een stuk makkelijker na te bootsen.

Ik maak hiervoor eerst een nieuwe laag aan (die komt helemaal bovenop) en daarin teken ik met de gewone lasso een vorm die enigszins geloofwaardig als schaduw overkomt. Let daarbij wel op de lichtrichting. Ik zet de doeze-laar van de lasso op een hoge waarde, zodat de randen van de selectie rond, zacht en transparant worden zoals je bij een zachte schaduw zou verwacht-en. Een exacte waarde kan ik je hiervoor niet geven, omdat dat mede wordt bepaald door de hardheid van het licht en het aantal megapixel van je sen-sor. Een doezelwaarde van bijv. 150 pixels geeft op een sensor van 12 mega-pixel een ander effect dan op een van 32 megapixel; een beetje experimen-teren is dus wel nodig.

Vervolgens vul ik de selectie met zwart (emmertje met kleurwaarde 0,0,0). Ik heb nu een wazige zwarte vlek in mijn bovenste laag, die ik eventueel nog kan verplaatsen als de locatie niet helemaal klopt, of vervormen. Als hij op de juiste plek ligt verlaag ik de dekking van de vlek; hij wordt nu transparant. Omdat de structuur van de onder- of achtergrond nu door het zwart heen komt, zorgt het zwart er alleen nog voor dat de onder/achtergrond lokaal donkerder wordt. Door met de dekking/transparantie te spelen kun je visu-eel bepalen wanneer het effect geloofwaardig is. Bij zacht licht zul je al snel op een hele lage waarde uitkomen; de schaduwen zijn dan niet zo diep.

Overigens let ik bij het maken van de foto al op de schaduwen, en de hard-heid en plaatsing van het licht. Het is vooraf vrij eenvoudig in te schatten of de schaduwen bij de nabewerking voor moeilijkheden gaan zorgen.

Hieronder een foto die er misschien ingewikkelder uitziet dan de vorige foto, maar die op precies dezelfde manier is gemaakt.

 

 

 

 

Het is in bovenstaand voorbeeld uiteraard niet te doen om allemaal losse boterhammen te laten zweven. Maar vaak zijn de meest simpele trucs het meest effectief. Ik heb het brood eerst een paar dagen buiten de verpakking oud laten worden, zodat het wat steviger werd. Vervolgens heb ik vijf of zes satéprikkers door het brood gestoken, en de sneetjes op min of meer op ge-lijke afstand uit elkaar geschoven. Ik heb de satéprikkers bewust een beetje in het midden van het brood geplaatst, zodat ik bij het fotograferen vrij mak-kelijk een standpunt kon vinden waarbij ik een beetje tussen de boterham-men kon kijken zonder de prikkers te zien.

 

 

   

 

De levitatiefoto is samengesteld uit de 2 foto's hieronder, op dezelfde ma-nier als bij de ballerina. Daarna hoefde ik alleen nog maar de zichtbare stuk-jes prikker aan de voor- en achterkant van het brood weg te werken.

 

 

Hieronder heb ik een variant op dezelfde truc toegepast; levitatie in combi-natie met een samengesteld beeld (wat qua nabewerking min of meer op hetzelfde neerkomt).

 

 

 

 

Om bovenstaand beeld te maken heb ik eerst 3 schroeven in de citroen ge-draaid om een soort statiefje voor de citroen te maken. Vervolgens maakte ik deze foto (1).

Daarna heb ik deze foto (2) gemaakt waarbij het me uitsluitend om het ei te doen is. Door het plakje ei boven op de citroen te leggen zorg ik ervoor dat de hoek van het ei en het oppervlak van de citroen gelijk is, en dat er even veel licht op het ei als op de citroen valt. 

En tot slot foto (3). 

Bij het nabewerken ben ik als volgt te werk gegaan; eerst heb ik foto (1) bo-ven op foto (3) gelegd. Vervolgens heb ik de schroeven uit foto (1) wegge-haald zodat op de plaats van de schroeven het houten tafelblad zichtbaar werd. Daarna heb ik uit foto (2) de bovenkant van het ei geselecteerd, geko-pieerd en bovenop de levitatiefoto geplakt. Als laatste heb ik het formaat van het ei iets groter gemaakt zodat het beter op de citroen paste, en heb ik de overgang van ei naar citroen met de clonestempel een beetje onopval-lender gemaakt.

In eerste instantie zul je misschien nog een beetje moeten zoeken en experi-menteren voordat je het zweven en samenvoegen onder de knie krijgt, maar als je dit een paar keer gedaan hebt en door krijgt waar je bij het maken van de foto's rekening mee moet houden, dan is het bewerken al snel een koud kunstje.

Tot slot: het kán ook met slechts 1 foto en zonder Photoshop! Zo lang je maar niet met modellen of erg zware onderwerpen werkt tenminste. De fo-to hieronder kwam zo rechtstreeks uit de camera:

 

 

 

 

Voor deze foto heb ik eerst een groene ondergrond op een lage tafel gelegd. Vervolgens heb ik net buiten beeld 4 houten blokjes geplaatst, met daar bo-venop een glasplaat. Op die glasplaat heb ik vervolgens de compositie ge-maakt, precies zoals je hem hier ziet. Om verschillende hellingshoeken tus-sen de verschillende etenswaren te krijgen heb ik hier en daar wat steuntjes gebruikt. Het onderste tomaatje is bijvoorbeeld op een platte schroef ge-prikt, en onder het stukje stokbrood ligt een puntenslijper. Op deze manier heeft elk element een iets andere hoek, en sommige elementen overlappen elkaar zelfs. Hierdoor ontstaat een bepaalde dynamiek die nodig is voor de geloofwaardigheid van het beeld. Als je alles plat op de glasplaat legt is alles even ver van de camera verwijderd en ligt alles evenwijdig, waardoor een 2- dimensionaal, plat en kunstmatig beeld ontstaat.

Als laatste heb ik het licht geplaatst, en dat is wel eventjes puzzelen. Om te voorkomen dat je reflecties, stofjes, krassen of vette vingers op het glasop-pervlak ziet zul je de positie van je licht erg zorgvuldig moeten kiezen. In dit geval stond er een reportageflitser met kleine softbox op tafelhoogte rechts van de opstelling, recht over het glasoppervlak heen gericht. Dit voorkwam zowel lichtreflecties in het glas, als schaduw op de achtergrond.

 

 


«