Je eigen studiootje

Gepubliceerd op 7 juni 2020 om 02:09

Ik heb het geluk dat ik gebruik kan maken van een behoorlijk ruime fotostudio op mijn werk. Maar net als veel fotografen ben ik begonnen met het overhoop gooien van de huiskamer om portretten te kunnen maken. Dan ging het bankstel en de salontafel opzij, kwamen er 2 bouwlampen uit de berging te voor-schijn en hing ik een goedkope lap stof op als achtergrond.

Die tijden liggen gelukkig achter me, hoewel het ook wel prettig was om van huis uit te kunnen werken. Nu krijg ik met enige regelmaat vragen van (oud) cursisten die een studiootje op een zolderkamertje of in de garage willen beginnen; wat voor lampen moeten ze gebruiken, waar moeten ze op letten, is de ruimte groot genoeg etc. Daarom bij deze een aantal tips. Allereerst; een kamertje of garage kent zo zijn beperkingen. Het gebrek aan ruimte maakt een aantal dingen moeilijk of zelfs onmogelijk, maar dat wil zeker niet zeggen dat je geen goede (professionele) foto's zou kunnen maken in een kleine(re) ruimte. Je zult alleen rekening moeten leren houden met de beperkingen. 

 

De ruimte

Allereerst heb je natuurlijk te maken met de werkruimte zelf; er moet een achtergrondsysteem geplaatst worden, je wilt je model op een redelijke afstand vóór die achtergrond kunnen plaatsen, dan heb je vervolgens nog genoeg ruimte nodig voor je lampen én tot slot voldoende afstand om te fotograferen. Aangezien je portretten bij voorkeur niet met een groothoeklens maakt betekent dit dat je behoorlijk wat diepte nodig hebt. En sommige ruimtes zijn nu eenmaal niet diep genoeg om iemand ten voeten uit te kunnen fotograferen. Leg je er in zo'n geval bij neer dat je er alleen half body's of close ups kunt maken; een groothoekvertekening bij portret is echt not done, en bovendien maak je het uitlichten van een model in een kleine ruimte ook een stuk makkelijker als je kiest voor close ups.

Iets anders waar je snel last van krijgt in een kleine ruimte is de reflectie via muren en het plafond. Als je muren in een opvallend kleurtje geschilderd zijn zal het gereflecteerde licht datzelfde kleurtje aannemen en dat wil je niet. Je wil ook liever geen witte muren, omdat dat de mogelijkheden van je studio behoorlijk beperkt. Witte muren en plafonds werken als een reflectiescherm en zorgen ervoor dat je licht bijna altijd zacht en diffuus is. Voor veel portretten is dat geen probleem, maar het ontneemt je wel de kans om met grote contrasten te werken. 

De ideale kleur voor je studio is dus grijs (middengrijs of wat donkerder) of zwart. Dat reflecteert niet en geeft geen kleurzwemen. Waarbij ik wel op wil merken dat sommige mensen een beetje eng kunnen worden in een kleine ruimte die compleet zwart is. Zeker als je werkt met flitsers omdat het instellicht daarvan behoorlijk zwak is. In een grijze studio heb je nog redelijk zicht en een minder beklemmend gevoel.

In mijn eerste studio (zie hiernaast) had ik witte muren en een lichtgrijs pla-fond. Dat plafond was geen probleem omdat het behoorlijk hoog was (als je een studioruimte wilt gaan huren is een hoogte van 3 of 4 meter zeker aan te raden), en voor de muren had ik een gordijnsysteem geplaatst. Gewoon bij de bouwmarkt wat rails aanschaffen, en op de markt kijken naar de goed-koopste zwarte stof die je kunt vinden. En uiteraard iemand lief aankijken die met een naaimachine overweg kan.

Op deze wijze kon ik mijn studio lekker licht houden als ik met zacht licht wilde werken, en als ik met tegenlicht of grote contrasten wilde gaan foto-graferen kon ik mijn studio in een handomdraai donker maken. 

 

Achtergrondsystemen

Er zijn verschillende soorten achtergrondsystemen verkrijgbaar, met elk hun eigen voor- en nadelen. Ook voor de keuze van zo'n systeem zal je ruimte vaak een grote rol spelen, en daarnaast natuurlijk je persoonlijke voorkeur. Zo zijn er vaste en mobiele systemen, kun je kiezen uit papier-, stof- of vinyl- achtergronden en heb je de keuze uit verschillende breedtes. Hieronder zie je een mobiel systeem; 2 statieven met een dwarsligger. Het voordeel zit hem natuurlijk in het woord 'mobiel'; als je geen vaste studio tot je beschikking hebt is dit systeem redelijk snel opgezet en weer afgebroken. Als je dit combineert met een stoffen achtergrond kun je het hele systeem kwijt in 2 tassen die gemakkelijk op te bergen of mee te nemen zijn. Een ander voordeel is dat de breedte van zo'n systeem instelbaar is. Je kunt er zowel standaard papierrollen (2,75m breed) als smallere rollen aan hangen. Of uiteraard elke gewenste breedte stof.

Een nadeel van zo'n systeem is wel dat het wat instabiel is; als er iemand tegen aan loopt of achter de achtergrond blijft haken ligt het zo omver. Ik zou er dan ook zeker niet meer dan 1 achtergrondrol tegelijk aan hangen, hoewel er systemen zijn die 2 of 3 papierrollen tegelijk aankunnen.

Er zijn echter ook vaste muur- of plafondsystemen. Die zijn veel steviger en dus ideaal als je een ruimte hebt die je als vaste studio kunt gebruiken. Je kunt er vaak 3 of 4 papierrollen tegelijk aan hangen (hoef je dus niet telkens om te wisselen), maar voor stoffen achtergronden zijn ze wat omslachtig. Ook zit je vast aan 1 breedte; je zult dus bij het monteren al moeten kiezen tussen 2,75 meter of 1,50 meter (de standaardbreedtes van papierrollen). Als je ruimte zo krap is dat je alleen close ups of half body's kunt maken zal een rol van 1,50 meter vaak al voldoende zijn. Maar voor full body's zul je toch een breedte van 2,75 meter willen.

Dan is de laatste keuze natuurlijk stof, papier of vinyl. Elk van die materialen heeft ook weer zo zijn eigen voor- en nadelen. Allereerst stof; er zijn stoffen achtergronden te koop bij de fotospeciaalzaak, maar je kunt natuurlijk ook zelf een achtergrond maken met stof van de markt. Zo'n achtergrond is niet meer dan een flinke lap waar aan het uiteinde een tunnel in genaaid is. De dwarsligger van je achtergrondsysteem gaat daar doorheen en daar zit gelijk een nadeel aan; je kunt zo'n lap niet oprollen via een kettingsysteem zoals dat bij papier gebruikt wordt. Dat betekent dus dat je telkens als je van achtergrond wilt wisselen je de stof moet verwijderen, opvouwen en een nieuwe lap moet bevestigen. Niet het leukste werk, en bovendien gaat je stof kreuken of komen er vouwen in als je hem langere tijd niet ophangt. Dus veel strijken, óf ervoor kiezen om de hele lap stof te verfrommelen zodat het in elk geval gelijkmatig gekreukt is. Een voordeel van stof is wel dat je het gedeelte dat op de grond valt over bijvoorbeeld een poef of zitzak kunt draperen. Erg handig bij kleine kinderen of huisdieren.

Papier heeft als nadeel (?) dat je het niet schoon kunt maken en dat het bij intensief gebruik kreukelt of scheurt. Zie papier dan ook als verbruiksartikel; je zult regelmatig het vieze gedeelte af willen snijden totdat de rol op is. Wat weer als voordeel heeft dat je regelmatig een nieuwe kleur zult kiezen. Het is ook redelijk betaalbaar in vergelijking met stof of vinyl, dus als je graag wilt variëren met je achtergrondkleuren is papier het meest aantrekkelijk.

Het grote voordeel van papier is dat je (met een vast achtergrondsysteem) 3 of 4 rollen tegelijk kunt ophangen. In combinatie met een afrolketting kun je binnen een paar seconden van achtergrondkleur wisselen. Met zo'n systeem zul je je rollen waarschijnlijk voor een langere periode aan je systeem willen laten hangen, en daar zit een risico in. Het papier is om kartonnen kokers gewikkeld en als het koud of vochtig in je studio is (garage!) zullen de rollen na verloop van tijd gaan doorbuigen. Waarna ze meestal niet goed meer op- of afrollen. Het is dan raadzaam om eerst aluminiumbuizen (prijzig, te koop bij de fotospeciaalzaak) door de kartonnen kokers te steken, of om ze toch met enige regelmaat van het systeem af te halen.

Als laatste zijn er dan nog de vinylrollen. Het voordeel van vinyl is dat het wél goed schoon te maken is, en niet kreukt of scheurt. Het is dan ook vaak een eenmalige aanschaf. Bovendien is vinyl net als een papierrol met een kettingsysteem op- en af te rollen. Aan vinyl zitten echter 2 grote nadelen; het is behoorlijk duur, en daarnaast weegt het erg zwaar. Je kunt het dus ook niet aan een mobiel systeem vast maken, en als je meerdere rollen tegelijk aan een vast systeem wil hangen zul je je er goed van moeten vergewissen dat dat systeem goed verankerd zit in de muur of plafond. Daarnaast heb ik regelmatig meegemaakt dat, als je het vinyl te ver afrolt of wanneer je het te lang afgerold laat hangen, het op een gegeven moment loslaat van de kartonnen buis. Er hangt dan gewoon te veel gewicht aan de rol zelf. En dat is moeilijk te repareren. Voor een simpel thuisstudiootje is vinyl niet echt de meest logische keus.

 

Licht

Tot slot zul je een keuze willen maken met betrekking tot het studiolicht dat je wilt gaan gebruiken. Continulicht of studioflitsers. De tijd dat fotografen begonnen met een paar bouwlampen ligt inmiddels wel achter ons. Voor veel minder geld zijn er tegenwoordig al eenvoudige daglicht-lampensetjes te koop die niet zo heet worden, minder vloeroppervlak in beslag nemen en waar je softboxen of andere lichtvormers op kunt monteren. Als startsetje dus ideaal, hoewel er ook nadelen kleven aan (daglicht)lampen.  

En die nadelen hebben voornamelijk te maken met het vermogen. Als jouw thuisstudio een raam heeft dat je niet kunt blinderen, zul je merken dat de sterkte van de lampen vaak niet toereikend is om het aanwezige zonlicht te overheersen. Je krijgt dan menglicht en dat wil je niet; tenslotte ben je met lampen gaan werken zodat je het licht volledig kunt controleren. Dus dat betekent feitelijk dat je het raam moet zien te blinderen (rolgordijntje), of dat je alleen 's avonds in je studio werkt. Ook zul je je licht relatief dicht op je model willen plaatsen, waardoor het bijna niet mogelijk meer is om heel hard licht te creëren. Een voordeel van continulicht is dan weer wel dat je je camera niet via een flitskabel of zender met de lampen hoeft te verbinden, en dat je gewoon kunt lichtmeten met de camera (en daarom gewoon in de (half) automatische stand (Auto, A of S/Tv) kunt blijven werken).

Studioflitsers zijn een stuk krachtiger (als je last hebt van invallend zonlicht kun je dat vaak 'wegflitsen'), ze zijn in sterkte instelbaar en met 1 systeem heb je vaak heel veel mogelijkheden wat betreft lichtvormers (softboxen, paraplu's, snoots, kleppensets, kleurgels etc). Het is een erg veelzijdig systeem dus. Alleen kun je niet meer via de camera lichtmeten; dit zul je met een losse (dure) flitsmeter moeten doen, of proefondervindelijk/op ervaring. In een kleine studio is dat laatste niet zo'n probleem, omdat je daar niet heel veel ruimte hebt om met de plaatsing van je flitsers te experimenteren. Vaak zit je dus in vergelijkbare lichtsituaties, en na een aantal fotosessies weet je dan ongeveer wel hoe sterk je je flitser moet instellen in combinatie met een bepaalde camera-instelling. De (half)automatische stand kun je met flitsers niet meer gebruiken, je zult uitsluitend nog in de manuele stand kunnen werken. 

Voor een kleine thuisstudio zijn flitsers met een klein vermogen al snel sterk genoeg. Een groter vermogen betekent ook een grotere investering, en dat is op een kleine oppervlakte niet nodig. Mocht je later naar een grotere studioruimte willen verhuizen dan zul je wel wat zwaardere flitsers willen, maar die kun je eenvoudig aan je bestaande flitsset toevoegen. Voor een normale huiskamer- of garagestudio zal een vermogen van 100 tot 150 W/s (wattseconde) vaak al genoeg zijn. En die flitssetjes zijn tegenwoordig helemaal zo duur niet meer. Althans, er zijn goedkope setjes verkrijgbaar. Het gaat dan vaak om Chinese en onbekende merken, en hoewel veel fotografen je zullen aanraden om direkt een duurdere set van een professioneel aan te schaffen zitten er best aardige flitsers in het goedkope segment. Prima om mee te starten; uitbreiden kan altijd nog (als blijkt dat je meer met je studiofotografie wil gaan doen). 

Waar je wel rekening mee moet houden, is dat je met studioflitsers vrijwel nooit met diafragma's van f1.8 of f2.8 zult werken. Zelfs op het laagste vermogen zal dat een overbelichte foto opleveren. Maar omdat je vrijwel altijd met een achtergrondsysteem werkt maakt het niet heel veel uit wat er met de scherpte-diepte gebeurt. 

 

Het professionelere werk

Na verloop van tijd raak je misschien uitgekeken op je thuisstudiootje. Zitten er teveel beperkingen aan die krappe ruimte. Kun je er geen familiefoto's maken, wil je meer lampen aan je set toevoegen, of met dans of beweging gaan werken. En dan zul je (eventueel samen met een andere fotograaf) op zoek willen naar een geschikte, grotere studioruimte.

Als je die (een beetje) professioneel wilt inrichten zul je merken dat die leuke hobby ineens een prijzige aangelegenheid kan worden. Naast de huur van een (bij voorkeur ruime) locatie met een hoog plafond (daar ga je heel veel plezier van hebben) komt er vaak de aanschaf van een paar sterkere lampen of flitsers bij kijken. En toen je thuis nog een studiootje had liet je het model zichzelf gewoon opmaken aan de keukentafel en omkleden in de douche. Nu moet je ineens rekening houden met een kleed- en visagieruimte, een toilet, een hoekje voor koffie of een broodje etc. Alle gemakken van thuis zijn weg, en daar moet je op een externe locatie dus ook rekening mee houden. Voor een hobbyist misschien een grote en dure stap.

Maar de extra ruimte die je nu ineens krijgt geeft je wel mogelijkheden die je thuis niet had. Complexe lichtopstellingen zijn nu wel mogelijk, je kunt na afloop van de shoot je troep gewoon laten staan, een groep van 6 personen is ineens geen probleem meer, etc.

Of, zoals hiernaast, je kunt je lampen met een duur systeem aan het plafond monteren (ikzelf ben er geen fan van maar anderen zijn razend enthousiast) zodat er geen snoeren over de grond lopen en je geen statiefruimte verliest.

Als dat misschien allemaal wat teveel van het goede is kun je er ook voor kiezen om ergens een (min of meer professionele) fotostudio te huren voor een dagdeel. Die studio's zijn doorgaans redelijk betaalbaar, goed uitgerust en in de meeste omgevingen is er wel één te vinden. Voor die paar keer dat je echt een grote studio nodig hebt is dat mogelijk een interessante oplossing. 

Hierboven: een grote ruimte biedt mogelijkheden die je thuis niet hebt.

Hieronder: en soms heb je gewoon enorm veel mazzel en kun je de studio onder water zetten omdat het vroeger een zwembad is geweest :-)
(A.u.b. niet mailen, deze ruimte bestaat niet meer....)


«   »